Vrijdag 01 Februari 2013 - DBI-aftrek

DBI Definitief Belaste Inkomsten

Uw vennootschap koopt aandelen van een andere vennootschap. Hoe zit het dan fiscaal ook alweer als zij uit die aandelen een dividend ontvangt ?
Wat met de winst die uw vennootschap maakt bij een latere verkoop van de aandelen ?

Dividendinkomsten uit aandelen

Belastbaar. Het principe is dat dividenden die uw vennootschap ontvangt belastbaar zijn. Zij betaalt daarop dus het gewoon tarief vennootschapsbelasting (33,99%) of het verlaagd tarief.

Soms geldt de zgn. DBI-aftrek. Onder bepaalde voorwaarden mag uw vennootschap 95% van het ontvangen dividend aftrekken van haar winst. Fiscaal spreekt men dan van de zgn. DBI-aftrek ('definitief belaste inkomsten'). Door die aftrek wordt er dus slechts 5% van het dividend belast.

De DBI-aftrek die dit jaar niet toegepast kan worden omdat er niet genoeg fiscale winst is, is normaal gezien overdraagbaar naar de volgende jaren.

Participatievoorwaarde. De DBI-aftrek is in principe enkel mogelijk als uw vennootschap een deelneming heeft van ten minste 10% of € 2.500.000 én die minstens één jaar ononderbroken in volle eigendom behoudt of zal behouden. Concreet betekent dit dat uw vennootschap doorgaans geen DBI-aftrek krijgt voor dividenden van beursgenoteerde aandelen. Daarvan 10% behouden of € 2.500.000 is immers niet evident. Een dividend dat uw vennootschap als holding krijgt van een onderliggende werkvennootschap komt wel gemakkelijk in aanmerking voor de DBI-aftrek.

Taxatievoorwaarde. De vennootschap die het dividend betaalt, moet aan een normale belasting onderworpen zijn. Dat is doorgaans geen probleem, tenzij voor vennootschappen in belastingparadijzen of sommige speciale vennootschappen, bv. beleggingsvennootschappen.

Voor dividenden van een vennootschap die niet gevestigd is in de EER, bv. een US-vennootschap, moet het bedrag aan DBI-aftrek nog verminderd worden met ongeveer alle verworpen uitgaven. De DBI-aftrek die zo niet toegepast kan worden, kan echter normaal gezien wel overgedragen worden naar de volgende jaren.

Roerende voorheffing (rv)? De uitkerende vennootschap moet in principe 25% rv inhouden, maar mag daaraan 'verzaken' als uw vennootschap gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar een participatie behoudt of zal behouden van ten minste 10%. Deze verzaking van rv geldt dus normaal gezien ook alleen voor dividenden van verbonden vennootschappen.

Wordt er rv ingehouden, dan kan die wel verrekend worden met de vennootschapsbelasting.

Winst bij verkoop van die aandelen

Vrijgesteld. De behaalde winst bij een latere verkoop van die aandelen, de zgn. meerwaarde, is vrijgesteld voor zover er aan de taxatievoorwaarde voor de DBI-aftrek voldaan is, ongeacht de omvang of de duur van de participatie. Concreet geldt deze vrijstelling dus voor zowel de meerwaarden op beursgenoteerde aandelen als op aandelen van verbonden vennootschappen.

Soms belastbaar. Voor meerwaarden die gerealiseerd worden sinds aanslagjaar 2013 geldt voor de vrijstelling een bijkomende voorwaarde. Uw vennootschap moet de aandelen die ze met winst verkocht heeft ten minste één jaar ononderbroken in volle eigendom behouden hebben. Zo niet zijn de meerwaarden belastbaar tegen 25,75%.

Let op! De belastbaarheid geldt al sinds aanslagjaar 2012 voor vennootschappen met een gebroken boekjaar dat afsloot of afsluit na 5 april 2012.

Het dividend van een beursgenoteerde vennootschap is normaal gezien belastbaar, het dividend van een verbonden vennootschap is voor 95% belastingvrij. De meerwaarde is volledig belastingvrij, behalve als uw vennootschap de aandelen verkoopt binnen het jaar na aanschaf. Dan betaalt zij 25,75% op de winst.