Donderdag 30 Oktober 2014 - Leningen verwerken in de boekhouding

Boeken van nominale waarde van leningen: overgedragen interest inbegrepen of niet?

 

Boeken van nominale waarde van leningen: overgedragen interest inbegrepen of niet?

 

Schulden moeten op het passief voorkomen aan nominale waarde (art. 67, § 2 KB/W.Venn.), met andere woorden het terug te betalen bedrag. Dat betekent dat alle verschuldigde bedragen opgenomen moeten worden, inclusief interesten, disconto's of verschillen tussen aanschaffingswaarde en nominale waarde. Er bestaan twee verschillende types van leningen en die kennen ook een verschillende boekhoudkundige verwerking. Onder de leningen van het eerste type verstaan we bv. een klassieke hypothecaire lening. Een lening van het tweede type zal bv. een klassieke autofinanciering zijn. Het type lening bepaalt de boekingswijze.

Leningen van het eerste type (bv. een klassieke hypothecaire lening)

Het betreft investeringskredieten met vaste kapitaalaflossingen, hypothecaire kredieten of leasingschulden.

Ook bepaalde investeringskredieten met constante (vaste) periodieke aflossingen vallen hier onder. De interest per periode wordt bij deze laatste kredieten berekend op het nog niet afbetaalde gedeelte van het kapitaal op dat moment en vermindert dus elke periode. Het contract zelf maakt geen onderscheid tussen de aanschaffingswaarde van de lening (het ontleend bedrag) en het terug te betalen bedrag.

Leningen van het eerste type = eerste boekingswijze

In deze eerste boekingsmethode wordt de financiële schuld op het passief geboekt voor de aanschaffingswaarde, met andere woorden het ontleende bedrag of "de hoofdsom", uitgesplitst over lange en korte termijn. Elke periode wordt bij de betaling een stuk van het nominaal bedrag van de kortlopende schulden afgeboekt. Dit bedrag heeft enkel betrekking op het uitstaand kapitaal. De interesten met betrekking tot de periode worden ten laste genomen van het resultaat.

Voorbeeld

Er wordt op 30 april 20N0 een lening aangegaan van 100 000,00 EUR, met een jaarlijkse interest van 5,00 %, terug te betalen in 10 semestriële aflossingen van 10 000,00 EUR, vanaf 31 oktober 20N0.
Boekjaar = kalenderjaar.

Aflossingtabel:

Journaalpost bij het aangaan van de lening:

             

D

55

Bank

100 000,00

 

C

17

aan

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar

 

90 000,00

C

423

 

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

 

10 000,00

             
               

(één semestriële aflossing van 10 000,00 EUR tijdens het boekjaar 20N0)

Boekingschema:

17

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar

 

55

Bank

D

C

 

D

C

 

90 000,00

 

100 000,00

 
         
             

423

Kredietinstellingen.
Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

D

C

 

10 000,00

   
     

Journaalpost bij de eerste afbetaling van 10 000,00 EUR op 31 oktober 20N0:

             

D

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

10 000,00

 

D

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

2 500,00

 

C

55

aan

Bank

 

12 500,00

             
               

(interest van 5 % x 100 000,00 EUR x 6/12 = 2 500,00 EUR)

Boekingschema:

55

Bank

 

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

D

C

 

D

C

 

12 500,00

 

10 000,00

10 000,00

       

(opnieuw)

             

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

D

C

2 500,00

 
   
     

Journaalpost bij de afsluiting van het boekjaar op 31 december 20N0:

             

D

17

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar

20 000,00

 

C

423

aan

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen         

 

20 000,00

             
               

(overboeking van lange naar korte termijn: twee semestriële aflossing van 10 000,00 EUR tijdens het boekjaar 20N1)

en

             

D

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

750,00

 

C

492

aan

Toe te rekenen kosten

 

750,00

             
               

(interest over de periode 1 november 20N0 - 31 december 20N0: 5 % x 90 000,00 EUR x 2/12 = 750,00 EUR)

Boekingschema:

423

Kredietinstellingen.
Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

 

17

Kredietinstellingen.
Schulden op > 1 jaar

D

C

 

D

C

 

20 000,00

 

20 000,00

90 000,00

       

(opnieuw)

             

492

Toe te rekenen kosten

 

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

D

   

D

C

 

750,00

 

750,00

 
         
             

Journaalpost bij de opening van het boekjaar op 1 januari 20N1:

             

D

492

Toe te rekenen kosten

750,00

 

C

650

aan

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

 

750,00

             
               

Boekingschema bij de opening van het boekjaar op 1 januari 20N1:

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

 

492

Toe te rekenen kosten

D

C

 

D

C

 

750,00

 

750,00

750,00

       

(opnieuw)

             

Journaalpost bij de tweede afbetaling van 10 000,00 EUR op 30 april 20N1:

             

D

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

10 000,00

 

D

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

2 250,00

 

C

55

aan

Bank

 

12 500,00

             
               

(interest van 5 % x 90 000,00 EUR x 6/12 = 2 250,00 EUR)

Boekingsschema bij de eerste afbetaling van 10 000,00 EUR op 30 april 20N1:

55

Bank

 

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

D

C

 

D

C

 

12 250,00

 

10 000,00

10 000,00

       

(opnieuw)

 

650

Rente, commissies en kosten verbonden aan schulden

 

D

C

 

2 250,00

 
     
                   

Enz. ...

Nadeel van de eerste boekingswijze is dat niet het volledig engagement ten opzichte van de schuldeiser voorkomt in de balans. Het is dan ook moeilijker om de liquiditeitsbehoefte van de onderneming in te schatten.

Leningen van het tweede type (bv. een klassieke autofinanciering)

Het gaat hier over leningen op afbetaling. Deze financieringen zijn terugbetaalbaar met vaste periodieke sommen (meestal maandelijkse sommen, mensualiteiten genoemd), bestaande uit interest en kapitaal, met een maandelijks lastenpercentage dat gedurende de hele duur van de lening wordt toegepast op het oorspronkelijk bedrag van de lening. Het financieringscontract maakt een verschil tussen aanschaffingswaarde van de lening (het ontleend bedrag) en het terug te betalen bedrag (de interest zit hier in het nominaal bedrag). Leningen op afbetaling worden vooral aangewend om auto's of materieel te financieren en als persoonlijke lening op afbetaling.

Ook bepaalde investeringskredieten met constante (vaste) periodieke aflossingen kunnen hier onder vallen. Met name wanneer het maandelijks lastenpercentage gedurende de hele duur van de lening wordt toegepast op het oorspronkelijk bedrag van de lening, of wanneer het contract zelf een onderscheid maakt tussen de aanschaffingswaarde van de lening (het ontleend bedrag) en het terug te betalen bedrag.

Leningen van het tweede type = tweede boekingswijze

In deze tweede boekingsmethode wordt de financiële schuld op het passief geboekt voor het totale terug te betalen bedrag (het ontleende bedrag + de totale interestlast), uitgesplitst over lange en korte termijn. Een bedrag gelijk aan de niet-verlopen interestlast wordt geboekt op een overlopende rekening van het actief. Elke periode wordt de volledige betaling (kapitaal + interest) van de kortlopende schulden afgeboekt. De interesten met betrekking tot de periode worden ten laste genomen van het resultaat via overboeking van de overlopende rekening.

Methode van de reële rente op het nog verschuldigde saldo

Krachtensartikel 67, § 2 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 "worden de respectieve bedragen van de gelopen rente en het lastenpercentage die in resultaat moeten worden genomen en van de niet gelopen rente en het lastenpercentage die moeten worden overgedragen naar een volgend boekjaar, bepaald door toepassing van de reële rente op het bij het begin van elke periode uitstaande saldo; deze reële rente wordt berekend met inachtneming van de spreiding en de periodiciteit van de betalingen"A533;.

De reële rente is de constante interest die, toegepast op het bij het begin van elke periode uitstaande saldo, het bedrag van het toegepaste lastenpercentage oplevert, rekening houdend met de spreiding en de periodiciteit van de betalingen.

Actuariële methode

De reële rente op actuariële basis, het bedrag van de terugbetaling in hoofdsom en van het lastenpercentage dat in elke termijnbetaling begrepen is, het gecumuleerde bedrag van de terugbetalingen in hoofdsom en in interesten, evenals het uitstaande saldo na elke termijn, kan u berekenen met behulp van een excel-tabel.

Voorbeeld

Er wordt op 30 april 20N0 een financiering aangegaan van 100 000,00 EUR met een maandelijkse interest van 0,45 %, terug te betalen in 24 mensualiteiten van 4 616,76 EUR, vanaf 31 mei 20N0.
Totaal terug te betalen = 24 x 4 616,76 EUR = 110 802,24 EUR.
Boekjaar = kalenderjaar.

Hw = Nominaal bedrag van de lening (ontleend kapitaal door de klant) = 100 000,00 EUR
Bet = periodieke (constante) terugbetaling= - 4 616,67 EUR
Aantal termijnen = aantal periodieke terugbetalingen = 24
RENTE = de reële rente = de actuariële rente

RENTE wordt in Excel berekend als volgt:

De actuariële rente bedraagt 0,8372641 % per maand.

De eerste maandelijkse aflossing van 4 616,67 EUR bevat dus 100 000,00 EUR x 0,8372641 % = 837,26 EUR rente en 4 616,67 EUR - 837,26 EUR = 3 779,41 EUR kapitaal.

De aflossingstabel kan worden opgemaakt in Excel:

Journaalpost bij de opname van de financiering:

             

D

55

Bank

10 000,00

 

D

490

Over te dragen interesten

10 800,08

 

C

17

aan

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar

 

73 866,72

C

423

 

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

 

36 933,36

             
               

(Schulden op > 1 jaar = 16 maandelijkse aflossingen van 4 616,67 = 73 866,72 EUR.
Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen = 8 maandelijkse aflossingen van
4 616,67 = 36 933,36 EUR)

Boekingschema:

17

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar

 

55

Bank

D

C

 

D

C

 

73 866,72

 

100 000,00

 
         

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

 

490

Over te dragen interesten

D

C

 

D

C

 

36 933,36

 

10 800,08

 
         
             

Journaalpost bij de maandelijkse terugbetaling van 4 616,67 EUR op 31 mei 20N0:

             

D

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

4 616,67

 

C

55

aan

Bank

 

4 616,67

             
               

Boekingschema:

55

Bank

 

423

Kredietinstellingen. Schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen

D

C

 

D

C

 

4 616,67

 

4 616,67

36 933,36

       

(opnieuw)